Rutger Tuller
plaatst dit op oktober 18, 2011 14:21
In bijna iedere school wordt met cijfers gewerkt. Leerlingen maken opdrachten en toetsen, docenten kijken deze na en beoordelen deze met een cijfer. Aan het einde van bijvoorbeeld een trimester, worden deze cijfers samengevoegd tot een rapportcijfer.
Voordat u begint met het bijhouden van beoordelingen, moet er een beoordelingsschaal gemaakt worden. Zo'n schaal is een serie waarden waarmee de opdrachten van de leerlingen beoordeeld worden. In Nederland wordt meestal een schaal gebruikt met de getallen 1 t/m 10. Maar het is ook mogelijk om een tekstuele schaal te maken als 'slecht', 'onvoldoende', 'voldoende', 'goed' en 'uitstekend'.
Het maken of wijzigen van een schaal gaat via Beheer > Globale instellingen bewerken > Beoordelingsschalen beheren. Dit moet gebeuren door de itslearning beheerder.
Als er eenmaal een beoordelingsschaal is, dan kunt u deze gebruiken bij het beoordelen van het werk van uw leerlingen. Dit kan bij opdrachten, bij toetsen en handmatig.
Het aanmaken van een nieuwe opdracht die beoordeeld moet worden, verloopt zoals gebruikelijk. Enige wat u extra moet doen, is bij het veld Beoordeling de gewenste beoordelingsschaal te selecteren.
Wanneer leerlingen de opdracht hebben gemaakt en het resultaat ingeleverd, dan kunt u dit beoordelen. Ga naar de opdracht toe en klik achter de naam van de leerling op 'weergeven'. U ziet nu wat deze leerling heeft ingeleverd. In het veld Beoordeling kunt u nu een waarde van de schaal kiezen. In het veld opmerking kunt u de formatieve evaluatie en toelichting bij de beoordeling plaatsen.
Ook toetsen in itslearning kunnen beoordeeld worden. Ook hier geldt weer dat u bij het aanmaken van de toets, bij het veld Beoordeling de gewenste beoordelingsschaal te selecteert.
Een toets verschilt van een opdracht, omdat de toets meestal uit meerdere vragen bestaat. Het resultaat op al deze vragen vormt de beoordeling van de toets. Op iedere vraag kan de leerling een score tussen de 0 en de 1 halen. Nadat de toets is nagekeken (dit kan handmatig of automatisch, afhankelijk van het soort vragen) worden deze scores bij elkaar opgeteld en uitgedrukt in een waarde van de beoordelingsschaal.
Natuurlijk kunnen leerlingen ook beoordeeld worden voor activiteiten buiten itslearning, bijvoorbeeld een spreekbeurt of een schriftelijke overhoring. Dit kunt u in itslearning vastleggen via een handmatige beoordeling. Ga hiervoor naar Status en follow-up > Beoordelingsrecord > Kolom aan beoordelingsrecord toevoegen. Kies hier Handmatige beoordeling, vul een titel in, kies een beoordelingsschaal en klik op Opslaan.
In het beoordelingsrecord is nu een kolom toegevoegd met de zojuist ingevulde titel en daaronder bij iedere leerling de tekst Niet beoordeeld. Om een leerling te beoordelen klikt u op Niet beoordeeld bij deze leerling. U kunt dan een waarde van de beoordelingsschaal kiezen en eventueel een toelichting invullen.
In dit scherm ziet u een overzicht van de resultaten van de leerlingen. Wanneer u een opdracht of een toets mist in dit overzicht, dan kunt u deze toevoegen door te klikken op Kolom aan beoordelingsrecord toevoegen. Kies dan het element dat u wilt toevoegen, en de beoordelingen worden getoond. U kunt ook kolommen weghalen met het rode kruisje boven de betreffende kolom.
Kunt u een bepaalde opdracht niet toevoegen? Meestal komt dit doordat er dan geen beoordelingsschaal aan de opdracht is gekoppeld. Bewerk de opdracht en voeg daar een schaal toe.
Alle verschillende getoonde beoordelingen kunt u samenvoegen tot 1 eindcijfer, bijvoorbeeld een rapportcijfer. Om dit te doen klikt u bij het Beoordelingsrecord op het tabblad Instellingen. Om het eindcijfer te tonen kiest u hier bij Gemiddelde en aantal weergeven in beoordelingsrecord wie het gemiddelde mag zien (alleen de docent, of ook de leerlingen). Wanneer u nu teruggaat naar het beoordelingsrecord, is een laatste kolom toegevoegd met daarin het gemiddelde van de overige kolommen. Dit gemiddelde is uitgedrukt in een waarde van de gebruikte beoordelingsschaal.
In sommige gevallen ziet u in de kolom Gemiddelde twee waarden staan, bijvoorbeeld 6 / (5). Dit gebeurt wanneer een leerling nog niet op alle opdrachten een beoordeling heeft. De eerste waarde (in het voorbeeld: 6) geeft dan het gemiddelde aan van de opdrachten die beoordeeld zijn. De tweede waarde (in het voorbeeld: 5) geeft het gemiddelde aan waarbij de niet beoordeelde opdrachten de laagste score krijgen (meestal een 1).
Vaak bestaat het eindcijfer niet uit het gemiddelde, maar uit een gewogen gemiddelde. In zo'n geval geeft u bij Instellingen aan dat u weging wilt gebruiken. Hierna klik u boven de tabel op Weging om de weging in te stellen. In dit scherm staat een ziet u een overzicht van de opdrachten, achter deze opdrachten kunt u een percentage invullen. Dit percentage geeft aan hoeveel de opdracht meetelt voor het eindcijfer. Weging werkt alleen wanneer de som van de percentages 100 is.
Na het invullen van de waarden ziet u in het beoordelingsrecord de percentages boven iedere kolom staan. Het gemiddelde wordt nu berekend met gebruik van deze percentages.